Al deze namen hebben betrekking op de factor die wordt toegepast in wedstrijden om boten met verschillende zeileigenschappen een gelijke kans geven om te winnen. De basis gedachte is dat degene die het beste navigeert en zeilt de winnaar van de wedstrijd moet zijn. Behalve bij eenheidsklasse boten zoals een FD, een Pion etc. hebben alle klassen een TVF systeem. Soms varieert de factor afhankelijk van de gemiddelde windsterkte gedurende de race (IMS tripple number - met drie windsnelheidscategoriën. De factor (officiëel TVF, Tijd Vermenigvuldigings Factor) wordt berekend op basisvan een antal eigenschappen van het schip die invloed hebben op de snelheid.
Zo werkt de TVF
uitgelegd door Hans Voskuil, klasse controleur.
In het begin van de zestiger
jaren werd er in de wedstrijden van rond en platbodems gerekend met de Tijd
Correctie Factor (TCV). In deze formule was de waterverplaatsing niet
opgenomen. Er werd een type correcte toegepast om uit de platbodems die tegen
elkaar wedstrijd hadden gezeild een winnaar te berekenen.
In 1988 deden de huidige klasse voorschriften met
daarin de nieuwe TVF formule zijn intrede. In deze Tijd Vermenigvuldigings
Factor (TVF) is de waterverplaatsing opgenomen, maar ook een zeilmeting en
zeilvoering werden aangepast.
In de meting van de
voordriehoek en grootzeil werd de aspektverhouding ingevoerd, dit om de groei
van de zeilen te beperken. Een zeil met een grote verhouding van hoogte en
breedte heeft een hoger rendement, dit kwam in de oude formule er niet goed
uit. Vandaar deze correctie.
Ook de voordriehoek werd
voortaan anders berekend, de oppervlakte van de kluiver ging van 30 naar 75 %
in de berekening. De bijzeilen werden in de formule opgenomen. De factoren voor
de bijzeilen zijn zodanig, dat er een voordeel inzit als men ze gebruikt.
De opzet was een betere
benadering van de snelheidspotenties van de schepen tot uitdrukking te brengen
in de formule. Men bedenken wel dat iedere formule zo zijn beperkingen heeft.
Zo is men bij proefnemingen met deze nieuwe TVF formule uitgegaan van een
windkracht van 5 m/s en baan die gelijke rakken heeft van 0, 60,120 en 180
graden met de werkelijke wind. In 1988 bestond er al twijfel over de
benaderingformule voor het gewicht. Voor de VA, klasse is dit aangepast door de
schepen te laten wegen, volgens een later toegevoegd weegreglement.In de VB/HB
klasse staat dit punt momenteel ter
discussie .
De in de criteria genoemde
slankheidgraad (dit is de LWL gedeeld door de derde machtswortel uit de
waterverplaatsing) is in de TVF opgenomen. Immers slanke schepen hebben minder
weerstand dan schepen met de zelfde lente die breder zijn.
*******
De formule voor
berekening TVF ziet er als volgt uit:
• TVF :
tijdvermenigvuldigfactor
• LWL : lengte waterlijn
• OZ : zeiloppervlak
• D : waterverplaatsing
• FS : Schroeffactor
• T : typecorrectie
LWL
Een
type met steven(s)
• De LWL wordt net naast de stevens gemeten
Met
een spiegel (schouwen, grundels)
• Achter, tot het snijpunt van de (doorgestrookte) spiegel en de
waterlijn
OZ
• Oppervlak grootzeil + oppervlak voordriehoek
– Opp. Grootzeil = gemeten oppervlak x aspectverhouding
– Opp. Voordriehoek = gemeten oppervlak fok x aspectverhouding + 0,75 x
oppervlak kluiver
D
· Waterverplaatsing, gewogen in de kraan of berekend.
FS
• FS = 1- CS x DS / (0.05
x LWL). Schroefcorrectie.
T
· Type correctie zie criteria art 6.1 van de Klasse voorschriften
Berekening van bijzeilen in de formule:
• Broodwinner of aap
– Opp. Grootzeil x 1,015
• Halfwinder
– FH x 1,2
– NB. Halfwinder mag alleen i.p.v. fok en kluiver
• Waterzeilen
– FW x 1,005

Oppervlakte bereking zeilen:
• Grootzeil
– (GAL x GBL + GVL x GOL) / 2
• FOK
– FAL x FOL / 2
• Kluiver
– KVL x HKL / 2
Tijdens
het Nederlands kampioenschap Aken 2005 viel het me op als klassecontroleur Rond
en Platbodems dat de gegevens welke op de meetbrieven staan vermeld niet altijd
even duidelijk waren voor de schippers. Het volgende kwam o.a naar voren:
De
meetbrief moet ondertekend zijn door de eigenaar van het schip
De
lengte van de gaffel was te groot.
De
stempels in de zeilen waren niet ingevuld of waren onleesbaar. Het is een
kleine moeite om dit te controleren als de zeilen in het voorjaar aan boord worden
gebracht. Bij levering van nieuwe zeilen is men overgegaan tot blauwe
zeilbuttons, bij deze buttons behoort een meet certificaat met de afmetingen
van de zeilen.
Er mogen meerdere
voorzeilen aan boord zijn, deze moeten echter allen gemeten zijn en vermeld op
de meetbrief.
De lengte van de
halfwinderboom stond niet vermeld op de meetbrief en mag dan niet in een
wedstrijd gebruikt worden.
Onderlijk halfwinder
was te groot.
Gewicht van een schip
was te klein.
Voor een aantal schip
onder constructie in 1992 geldt een dispensatie voor de kiel, deze staat niet
op de meetbrief. De eigenaar moet dit aangeven bij Marac/Watersportverbond.
MEETBRIEF RONDE &
PLATBODEMJACHTEN
Gegevens welke op de
meetbrief worden vermeld:
LOA = Lengte
over de stevens = LWL + OA + OV
LWL =
Lengte waterlijn zonder de stevens
L =
Lengte Waterlijn over de stevens
BWL = de breedte op de waterlijn op
⅓ LWL uit het vooreinde waterlijn
(LWL)
OV = Overhang Voor, gemeten van de
loodlijn vanaf voorkant voorstevensteven tot het snijpunt van de waterlijn met
de voorkant van de romp
OA =
Overhang Achter, gemeten van de loodlijn vanaf achterkant achtersteven tot het
snijpunt van de waterlijn met de achterkant van de romp
VBV =
Vrijboord voor
VBA =
Vrijboord achter
CW = waterverplaatsingsfactor
D =
Waterverplaatsing
D1 = diepgang, genomen van
buitenkant huid tot het waterlijnvlak op ¼ BWL uit hartlijn en ⅓ LWL uit
het vooreinde van de waterlijn (LWL)
D2 = diepgang, genomen van
buitenkant huid tot het waterlijnvlak op ¼ BWL uit hartlijn en ⅔ LWL uit
het vooreinde van de waterlijn (LWL)
T1 =Type correctie
T2 = wordt in de TFV formule
berekend.
Dgew = Gewicht van platbodem in de
kraan
CW = Waterverplaatsingscoefficient
DS = Schroefdiameter
CS = Correctiefactor schroef
FS = Schroeffactor
Achter de BWL worden de
minimale- en maximale maten van de BWL getoond, deze zijn berekend. (zie de
aanvullende criteria voor Lemsteraken art 4.2a.3)
De maten voor de OV en OA zijn
terug te vinden in de aanvullende criteria voor Lemsteraken art. 4.2b.1
D1 moet volgens de criteria gelijk of groter zijn dan D2.
(aanvullende criteria voor Lemsteraken art 4.2a.9).
Voor schepen welke gewogen
zijn in de kraan en voorzien zijn van diepgangsmerken is op de meetbrief de
tolerantie diepgang en in gewicht opgenomen. Let er wel op dat de tolerantie in
een andere kleur op het merk moet worden aangegeven.
Zeilen:
Zeilen
voor de mast
IZ = de afstand in projectie van het
snijpunt van het voorstag met de voorkant van de mast tot het snijpunt van dek
en huid dwars van de voorkant van de mast en bij open schepen tot het punt op
het vaste boord dwars van de voorkant van de mast. IZ wordt berekend volgens
art 6.1.7 . IZ max= 1.05 maal Lengte over de stevens (LOA)
J = de lengte
van de loodlijn uit het snijpunt van het voorstag met de steven op de voorkant
van de mast. Het voorstag dient op de traditionele plaats aan te grijpen.
KLB = de
afstand van het snijpunt van het voorstag met de steven tot de
pen van de
schijf in het einde van de kluiverboom.
Afkortingen
Fok
FOL = de lengte van het onderlijk van de
grootste fok.
FAL = de lengte van het achterlijk van de
fok.
FVL = de lengte van het voorlijk van de fok.
TP = de breedte van de top van de fok.
Afkortingen
Kluiver:
KVL = de lengte van het voorlijk van de
kluiver.
KHL = de lengte van de hoogtelijn uit de
schoothoek op het voorlijk van de kluiver.
Voor Lemsteraken geldt dat de kluiver min 45%
van de oppervlakte fok, voor Hoogaarsen is dit 30 % van het oppervlak van de
fok.
Afkortingen
Halfwinder:
HOL = de lengte van het onderlijk van de
halfwinder.
Deze
wordt berekend volgens de formule : 1,5 maal de som J en de lengte Kluiverboom.
HBH = de breedte van de halfwinder op halve
hoogte.
Ligt
tussen 55 en 70% van de lengte van het onderlijk Halfwinder.
Lengte Halfwinder boom = 1,5 maal J.
Zeilen
achter de mast
Afkortingen:
MG = gemeten oppervlak grootzeil
FG = correctie factor grootzeil
Lengte Gaffel = mag niet groter zijn dan 44% van het
onderlijk grootzeil
Peil Gaffel = ligt tussen 10 en 20 % van de lengte
van het bovenlijk van het zeil (GBL)
Ten einde te grote verschillen
in het zeil oppervlak van de jachten te verkomen berekend men volgens de
criteria art 6.2.2 het minimale en maximale zeil oppervlakte voor het schip.
(MG+MV+KL). De werkelijke waarde op de meetbrief moet hier tussen in liggen.
Klassecontroleur Rond en Platbodemjachten
Hans Voskuil
Een presentatie door de WSV Lauwerszee over hetzelfde onderwerp is hier >> te vinden. |